l Els van Dinteren – dichter en verhalenverteller
Close

Hoofdzaken

Vanmorgen vroeg deed ik boodschappen. Naast de dagelijkse benodigdheden pakte ik twee versgebakken kersenvlaaitjes uit het vers-schap. In de winkel werd zorgvuldig gelopen, er werd rekening gehouden met route en afstand. Hier en daar groette men elkaar zelfs vanachter de mondkapjes. Na gedane zaken ging ik snel naar huis, pakte alles uit en maakte een sterke koffie met kersenvlaaitje.

Ik herinner me de jaren vijftig. De dagelijkse thuiskomst van mijn vader, met de bus omdat hij beslist geen auto wilde. Dat zou een hele grote auto moeten zijn waar we allemaal zouden passen. Dus geen auto; er werd gereisd met het openbaar vervoer. Bij thuiskomst doken wij vaak als nieuwsgierige kinderen op zijn grote lederen tas. Daarin vonden we altijd wel iets verrassends. Soms gewoon een schijfblok met zijn vulpen, wat krabbels of tekeningen van wat hij tijdens zijn werk had ontdekt, of mooie stoffen die hij kocht bij een weverij of fabriek waar hij die dag werkte. Maar soms ook gewoon een boterham, waar hij die dag niet aan toegekomen was. Als hij in het zuiden van het land was geweest vonden we vaak een zak vol heerlijke vlaaitjes. Genoeg voor iedereen. Soms uit de lokale bakkerswinkel, maar meestal gekocht op het NS-perron van Eindhoven of Breda, bij de man die met zijn witte karretje langs de trein liep. Die met kersen hadden onze voorkeur!

Er werd gedeeld en gesmuld en binnen de kortste tijd was alles weer verdwenen: de herinnering bleef. Een moment van kindergeluk.

Vandaag eenenveertig jaar geleden brachten we hem naar zijn laatste rustplaats. Na de kerkdienst volgde een rit naar het crematorium, waarover de dorpspastoor overigens bezwaar had gemaakt, maar mijn moeder had haar rug had rechtgehouden!  Tot stof….

Is het niet merkwaardig dat de smaak van een eenvoudig kersenvlaaitje een diepe herinnering uit een lang vervlogen tijd kan oproepen en je plotseling weer kind kan maken? Onderdeel van een groot gezin, waarvan niet alle leden meer op deze aarde verkeren? De zoetzure kersensmaak is nog exact dezelfde. Het brein doet haar werk, hopelijk nog lang en alstublieft vooral helder.

 

© els van dinteren

 

 

 

‘de ziel moet altijd op een kier’

Marlene Dumas

 

‘de ziel moet altijd op een kier’

Emily Dickinson

 

waarom vroeg je mij…

 

heb je van haar gehoord of zeker wel gelezen

de gedichten die ze schreef

de kleine kamer waarin ze leefde

dag en nacht gekleed in de sobere

witte jurk   wilde daarmee bewijzen

maagd te zijn en dat te blijven

 

over kracht en humor, haar lichte spot

vertelde van de mens die ertoe deed

van aarde, religie, haar gecreëerde god

over afscheid haar troostend gedicht

‘als iemands vriend gestorven is…

verdriet, dat is het merg van leed’

 

© els van dinteren

 

 

Een bijzonder concert

Vanmorgen vroeg, geheel onverwacht, kreeg ik een prachtig concert aangeboden. Hoe deze twee heren zijn binnengekomen is me een raadsel, maar ze waren er. De één in een slof oud jasje, uitgevoerd in karakteristieke Engelse visgraat, inclusief suède elleboogstukken in een afwijkende kleur en een oude broek die er niet helemaal bijpaste, maar die hem waarschijnlijk erg lekker zat. Ik herkende hem aan zijn aimabele gezicht en zijn wat dikkige handen, waarmee hij ongeëvenaard zijn statige Steinway-klavier streelt. De ander was een mooie glimlachende jongere man: vriendelijk, met brilletje, innemend licht getint Aziatisch gezicht, zeer goed in het pak, met daaronder -gek genoeg- een paar zware bemodderde bergschoenen. Waarom dat was is me onduidelijk gebleven. Onder zijn arm droeg hij zijn eeuwenoude cello. Hoe de vleugel bovengekomen is: ik weet het niet. Het ging in ieder geval zeer geruisloos. Er werd even kort gestemd en daarna gingen de heren los. Ik herkende de muziek direct: Rachmaninov, Sonate op.19 voor cello en piano.

Het stuk duurde niet al te lang, ik floot af en toe een stukje mee. Zij vonden dat helemaal niet erg -ik fluit overigens heel zuiver- maar wel zacht genoeg om in trance te blijven en te genieten van de prachtige heldere klanken, die zonder enig probleem door mijn slaapkamer hun weg vonden. Er werd met passie gemusiceerd alsof het leven van beide heren ervan afhing. Gefocust, heftig en met veel plezier!  Af en toe keken ze elkaar even aan en genoten zelf ook optimaal van hun eigen prestaties. Na de laatste zachte tonen was het even stil. Daarna applaudisseerde ik kort en vroeg of ik nog iets voor de heren kon betekenen.

“Ja, graag een kleine espresso”, zei Emanuel Ax zachtjes. Hij keek zo beminnelijk, dat ik onmiddellijk naast mijn bed stond om naar het espressoapparaat te lopen. Godzijdank had ik mijn oude lange jurk aan, die van Wenen rond 1966. Yo-Yo wilde graag een dubbele. Die kon hij natuurlijk krijgen!

Na de espresso’s vouwde Emanuel zijn vleugel in vier gelijke stukken, zoals je een ouderwetse echte krant opvouwt, en stak ‘m met een elegante zwaai onder zijn arm. Yo-Yo pakte zijn oeroude cello voorzichtig in en gaf als toegift nog een handkus. Samen verdwenen ze glimlachend en geruisloos via de trap en de woonkamer naar buiten. Ik heb het sluiten van de voordeur niet meer gehoord.

Inmiddels is de koorts gezakt en de keelpijn wordt rustiger.

 

@ els van dinteren

 

Karper

Verlegen stond hij aan de deur; ik had hem verwacht, maar nu nog niet. De rouw stond nog in zijn ogen, zijn tranen waren nog niet gedroogd en de stevigheid die ik van hem kende was nog niet teruggekeerd in zijn grote stramme lijf.

‘Ik wil je’….sprak hij….’vragen…of je samen met mij….’

Ik maakte koffie met een glas benedictine en informeerde hoe het met hem ging. Hij maakte een verwarde indruk en had zich waarschijnlijk moed ingedronken. De koffie met likeur viel in goede aarde. Eerst werd er omheen gepraat, maar het hoge woord kwam er snel uit: hij was alleen en dacht dat ik…

ik was toch ook… en zou hem…en natuurlijk ook mezelf ….ons beiden dus eigenlijk…vroeger konden we toch ook goed met elkaar… ja, we hebben veel gelachen en samen mooie dingen gemaakt….en we houden beiden van een goed leven….alleen is ook maar…ja, zij is nu weg…. nu moet ik maar…kijken …

Zij was drie maanden dood en hij was nu op zoek naar een vrouw die hem kon troosten en voor hem kon zorgen. Zijn tegenprestatie was een mooi huis, geld, kunst, reizen en de stroeve vriendelijkheid die hij van-huis-uit had meegekregen.

Nadat de dood plotseling bij haar op bezoek kwam wist ik dat hij zou komen, maar deze haast?

Ik stelde hem voor om voorlopig voor zichzelf te zorgen: alleen zijn, verwerken, leren aanvaarden. Ja het kost tijd, geduld en rust. Daar nam hij geen genoegen mee: hij dacht in andere werkwoorden en wilde snel toeslaan.

‘Ik wil zo graag’…

Moest ik hem nu vertellen over wederkerigheid, zeggen dat ik niet alleen was? Althans niet altijd. Voorzichtig met hem omgaan of de nodige duidelijkheid verschaffen? Ik stelde nog een kop koffie voor om intussen mijn tactiek te bepalen.

Nadat ik had geïnformeerd naar zijn kinderen kwam hij onmiddellijk terug op zijn vraag. Hij is een wat koppige en soms narrige man, niet de ideale eigenschappen om vrouwen te plezieren.

Ik stelde voor om op kerstavond bij mij te dineren. ‘Kerstavond wordt hier gevierd met een uitgebreide maaltijd, waarbij karper belangrijk onderdeel is. Een Midden-Europese oude cultuur.

(Mijn visboer weet dat hij tegen die tijd voor mij moet zorgen).

We luisteren het Weihnachtsoratorium van Bach. Ja, helemaal en af en toe een hapje en liever niet praten.

Daarna ga je weer naar huis of naar je kinderen.

Met Pasen doen we de Mattheus na paasbrood en eieren; later op de dag staat er haas op het menu. Jij mag dan koken, ik weet dat je het heel goed kunt. Als we het dan beiden leuk vinden zouden we met Pinksteren even naar Wenen kunnen gaan om boodschappen te doen en kunst te kijken. Ik laat je de stad zien. Dan ben je voorlopig met de feestdagen onder de pannen.’

Hij voelde hier helemaal niets voor. ‘Ik hou niet van die Bach van jou, en aan karper moet ik al helemaal niet denken, al die graten. Eet je echt zo gek op die feestdagen? Van wie heb je dat geleerd, of bedenk je dat ter plekke? En Wenen heb ik al gezien. Als het aan mij ligt eten we gewoon buiten de deur, een goed verzorgd kerstdiner in ons goeie goed, en ik betaal natuurlijk alles! Maar zo te zien ben je daar niet tevreden mee; je bent wat eigenwijs en verwend, hè?

Jammer dan!

Ik ga maar eens, en smakelijk eten.’

 

@ els van dinteren

 

Robert Walser

Robert Walser

We gaan nu aan de zijkant

van de weg staan

met onze rug naar

de samengebonden palen.

 

We kijken niet hoe de weg loopt

door het bos, kalm over de heuvel.

 

We zetten onze hielen tegen elkaar

de tenen van onze gepoetste schoenen

iets uit elkaar.

 

We houden in onze hand

de paraplu en de hoed

want de zon schijnt.

 

De schaduw op de weg

laat de rondingen van de handgreep zien.

 

We zijn een heer, zij het

een ietwat verlopen heer.

 

 

De Dood van Robert Walser

Veertien was ik, onder de kerstboom.

Hij zeven en zeventig.

De kamer rook naar mandarijnen

toen hij, ver weg, in de bergen, ging wandelen

voor de laatste keer zonder overjas.

Ik kende hem niet.

 

Het was niet erg koud

het sneeuwde zachtjes

en de weg lag vrolijk in het verschiet.

Hij stapte stram voorwaarts

zijn vaag-rode stropdas om zijn hals

en zijn hoed stevig op zijn hoofd.

 

En toen hij, ver van Herisau

in Appenzell-Ausserhoden tot stilstand

kwam tegen een hoopje sneeuw

zag hij voor het laatst

de lichte vlokken waaien.

 

Hij dacht misschien

aan de jongen die hij was

die cadeautjes kreeg

en aan zijn moeder.

 

 

Op weg

Maar nu even stilstaan

dwars op het pad, met de rug

naar wat komt.

 

Handen in de zakken

voeten in de sneeuw

kijken naar het bos.

 

Maar dan weer op weg

de bochten nemen.

 

Kom, vooruit, schop

de sneeuw naar voren

Je komt waar je loopt.

 

 

Remco Ekkers, Gedichten

Uit: De Gids. Jaargang 158 (1995)

Heksenzang

Drentse herfst, voorzien van een laaghangende mist, geeft een zacht maar niet onaangenaam gevoel van melancholie. De heide uitgebloeid, bloemen vervallen en blad dat zacht ritselend van de bomen valt. Het bospad kleurt fel oranjebruin. De geur van de houtkachel met stoofpeertjes in port geeft een extra dimensie aan het decor.

Ik lees Macbeth van Shakespeare in een van de vele Nederlandse vertalingen, makkelijk te vinden op Internet. Eerder, veel eerder, zag ik Macbeth als opera van Verdi. Zonder probleem haal ik de beelden tevoorschijn. Nu is het mijn zelfgecreëerde decor, dat minstens eenzelfde sfeer weergeeft. Hooguit zonder geroezemoes van een overvolle concertzaal.

De Verdi-opera Macbeth bevat drie cd’s, opgenomen in Italië in 1969, met in die tijd beroemde operazangers. Om de opera goed te volgen lees ik de korte beschrijving. Nu kan het ‘project’ starten. Ik luister/lees de eerste acte. Af en toe volgt een korte onderbreking om de kachel bij te vullen, koffie te maken en iets te eten. Het geheel duurt ruim twee uur met hoogte- en dieptepunten van vriendschap, liefde, voorspelling, strijd, macht, geweld, verraad, moord en angst. De dramatische zwanenzang, bijna aan het eind: Piëtà, Rispetto, Amore klinkt met een niet te overtreffen diep verdriet. Het oude verhaal staat nog overeind. Ik besluit na afloop even te klappen; blij dat niemand het kan zien.

Luister naar de heksen: ze voorspellen en waarschuwen de machtswellustigen, prinsen en koningen.

Een zelfgecreëerde voorstelling in het boshuis, zonder publiek, in nadagen van Trump, de vleugellamme Uil van Minerva en de hilarische plons van Baudet.

Hoezo gesloten theater? Theater ligt voor het oprapen.

@ els van dinteren

Echte liefde

Het kwam vooral door het kijken naar de indrukwekkende werken van de kunstenaar Richard Long. Het was zondagmiddag, Schuberts Forellen zwommen door het boshuis, de zon scheen en het stenen kunstwerk in de tuin lag er na regen en wind wat slordig bij. Een eigen kunstwerk, gemaakt naar Richard Long: Een grote ronde plaat van Corten-staal, in het midden één grote steen, omringd door een krans van kleine vuurstenen. Geel en bruin, op een piédestal van hout. Per wandeling werd steeds één steen meegenomen. Zo ontstond na jaren wandelen een volledig kunstwerk.
Ik rangschikte de stenen, verwijderde oud blad en maakte het geheel voorzichtig schoon: bijna eerbiedig. Waar kwam die emotie vandaan? Waarschijnlijk door mijn herinnering, het verval in de natuur en de intense beschrijving van het werk van Richard Long. Zijn kunstwerken ontstaan tijdens zijn wandelingen door het oude Engelse landschap. Ook het lopen ziet hij als een onderdeel van het kunstwerk.

Mijn wandelingen zijn korter. De zanderige wandelpaden in het bos worden regelmatig door landbouwwerktuigen geëgaliseerd, waarbij stenen -vooral vuurstenen- bovenkomen. Er worden kleine vuurstenen gevonden, half of geheel tot werktuigjes geslepen. Er is inmiddels een mooie verzameling ontstaan. Kinderen vragen vaak of ze uit het stenen tijdperk komen: Ja, natuurlijk!

Bijna dagelijks maakten we een wandeling: soms een ‘kleine om’, bij redelijk weer een ‘middelgrote om’, maar hij genoot het meest van een ‘grote om’, waarbij we altijd los van elkaar liepen. De één snel van tred, de ander trager maar niet minder intens. Hij was thuis in de omgeving en sloeg vaak onverwacht even rechts of links af. Dan wachtte hij me op bij een splitsing. Ik liet me door hem nooit van de wijs brengen. Meestal kwamen we op dezelfde tijd weer thuis. Misschien hield hij me wel van een afstand in de gaten. Altijd was ik verrast en blij hem weer te zien: mijn grote blonde liefde.

Op een onstuimige dag raakte ik hem kwijt: hij was eigenwijs en trok zijn eigen pad. Na wat roepen en fluiten kwam er geen reactie. Uren later en heel ongerust zag ik hem bij het huis rondscharrelen. Ik vroeg waar hij geweest was. Hij keek me wat vragend aan. Ik wist toch dat ik op hem rekenen, hij liet me nooit in de steek!

Na veertien (maal zeven) jaar kon hij niet goed meer lopen. Hij had veel plezier had gebracht en mocht beslist niet lijden. Hij merkte dat er iets ging gebeuren en maakte een luid huilend geluid. Het afscheid was heftig maar snel. Er werd in de bostuin een graf gegraven: voorzichtig gewikkeld in het diepblauwe satijnen laken werd hij daar langzaam in gelegd. Er werd gehuild. Hij werd toegedekt met verse humus, mos en zachte bosgrond.

Vandaag maakte ik het kunstwerk met de vuurstenen schoon. Daaronder ligt hij, nu al negen jaar. De emotie is niet veranderd.

Ik durf geen andere hond meer te nemen: veertien jaar, dat haal ik niet.

@ els van dinteren

PLEGEN

op het moment dat het ongeluk even

om de hoek woont om uit te rusten

of misschien naar een ander werelddeel

vertrokken is om genadeloos toe te slaan

 

besluiten wij het schamele geluk eerlijk

te delen -samen rustig op te stijgen naar

het eenzaam niemandsland- eerzaam

in vol vertrouwen en zonder spijt te vliegen

 

met in de hand een brevet van onvermogen

de landingsbaan ver buiten zicht

 

men noemt dit overspel

 

 

uit: roekeloos ontknoppen, Philip Elchers, Groningen, mei 2015

@ els van dinteren

Into the cloud

Hoe ze er gekomen zijn weet ik niet, maar ze zaten samen zeer devoot naast elkaar in het bushokje, zaterdagmorgen in de vroege ochtendzon. Vanaf de overkant van de straat hoorde ik een aangenaam zacht gezang. Ze waren niet even groot; de één leek iets ouder dan de ander. Wel droegen ze beiden dezelfde soort kleren, hoewel; eenzelfde grote witte sluier. Boven hun mooie licht getinte gezichten bevond zich een verhoging, een soort hoge fez met daarover een linnenachtige sluier. Het leek of ze zojuist uit een middeleeuws schilderij waren gestapt. Aan hun voeten droegen ze gekleurde slippers met boven op de voet een plastic vlinder. Hun lichamen waren verborgen in bontgekleurde jurken met daaronder een moderne spijkerbroek. Ze zongen liederen en keken daarbij in een schrift met harde kaft, dat de oudste met een teder gebaar op haar schoot vasthield. Ze zongen zacht, mooi en tweestemmig en lieten zich niet afleiden. Af en toe werd een bladzijde omgeslagen. Inmiddels was ik overgestoken en stond ik naast het bushokje om het lieve tweetal voorzichtig te observeren. De teksten in het schrift waren in een voor mij vreemde taal geschreven, met balpen en in een keurig meisjeshandschrift.

Nadat ze even pauzeerden vroeg ik of ze misschien liederen uit de Koran zongen. ‘Oh nee mevrouw, wij zijn Christenen’, sprak de oudste zacht en sloeg zorgvuldig haar schrift dicht om mij de voorkant te tonen. Een gekruisigde en bebloede Christus aan het kruis liet zich zien, samen met de heilige maagd Maria in tranen en een aantal beulen die net de laatste spijker hadden geslagen. Een zeer kleurrijk en ook voor mij bekend tafereel. Het meisje streelde met haar hand de afbeelding en boog licht voorover. ‘We zijn Christenen uit Eritrea en wonen nu Drenthe, al iets meer dan een jaar en we leren Nederlands spreken. Vandaag gaan we bidden en zingen in Groningen.’ De andere engel knikte slechts en leek erg verlegen.

Ik vertelde dat ik ook Christen was (dat blijf je uiteindelijk je hele leven, of je het wilt of niet). Ze reageerden verbaasd en er verscheen bij beiden een brede goedkeurende glimlach. Daarna stegen ze heel langzaam in alle devotie op in noordelijke richting, tevreden en al zingend met het tekstboek onder de arm.

 

© Els M.M. van Dinteren

error: Inhoud is auteursrechtelijk beschermd!