l Els van Dinteren – dichter en verhalenverteller
Close

Weemoed

Het is onze ervaring dat wij

weemoedig worden door dingen die

voorbijgaan –als die niet meer

terugkomen. Oude foto’s

kunnen ons ziekmaken van verlangen

naar wat voorgoed verleden tijd

is geworden. Wat is gebleven

zijn wijzelf. Misschien moet je

de weemoed voorstellen als draden

die ons aan de dingen binden.

Draden die steeds langer en

dunnen worden en die bij een bepaalde

gestemdheid beginnen te zingen……

en snijden gaan.

 

Soms zijn wij het

die voorbijgaan, worden we overmand

door weemoed om de dingen die

stil zijn blijven staan.

 

Uit: ’t Komt allemaal goed

© Gerrit Krol, gedichten

Brief aan meneer P.

Assen, enige tijd geleden

Beste meneer P.

Natuurlijk kennen we elkaar al heel lang. Het is wel vreemd dat ik altijd naar u kom -of mag ik nu eindelijk jij zeggen? –  en dat er nooit een tegenbezoek is geweest. Misschien hoort dat ook niet. De vraag of het wel of niet hoort heeft nooit gespeeld in onze langdurige relatie. Vandaag, bij mijn bezoek telden we even de jaren: het zijn er wel dertig. Het gaat niet om vriendschap of een band tussen goede bekenden, maar om een relatie tussen tandarts en patiënt. Jij staat terwijl je je werk doet en ik lig er plomp verloren bij, niet van harte moet ik je helaas bekennen, beste meneer P. Er was een tijd dat ik iets minder gevoelig was, wat betreft de pijn; de laatste jaren zijn gevoeliger geworden. Dat neemt niet weg dat er ook altijd een aardige opmerking gemaakt werd en je me af en toe gerust kon stellen. Terughoudend dat wel, maar meestal heel vriendelijk of zelfs grappig.

Het was een aangename en vertrouwde relatie, zonder dat er ooit een therapeut aan te pas hoefde te komen. Wel bleef ik al die jaren bang voor je. Maar daar hebt je vast niet onder geleden.

Begin jaren negentig, ik was bij je ‘op bezoek’ en ging -zoals gebruikelijk- in de horizontale positie. Het was de jaarlijkse controle en er werd rustig gesproken, vooral door jou. Ik lag met mijn mond open toen je plotseling vroeg: “En…waar gaan we heen met vakantie?” Lieve meneer P. je kunt je misschien voorstellen, ik was nog redelijk jong (jij ook) en in de bloei van alles wat er te bloeien viel. Wie stelt je nou zo’n vraag? Jij! Natuurlijk had ik mijn antwoord klaar, ware het niet dat je mijn mond openhield en vervolgens de praktijk van boren, vullen en plamuren in werking zette. Ik dacht nog: “Dat mag jij zeggen, ik volg je wel”, maar zover is het nooit gekomen. Bij het volgende bezoek wisselden we onze vakantie-ervaringen kort uit. We hadden het beiden erg plezierig gehad.

Vandaag namen we afscheid. Je keek nog een keer zorgvuldig en vroeg iets over mijn ‘pijnbeleving’. Ik reageerde: ‘Mooi woord pijnbeleving’. Die beleving viel mee. Je zei dat het met de stand van zaken nog wel een tijdje goed zal gaan. Een geruststellende gedachte.

Nu ga ik op zoek naar een nieuwe meneer P.  Dat wordt een hele klus! Je kunt niet overal zo vertrouwd horizontaal gaan…

 

© Els M.M. van Dinteren

MANTELZORG

We zijn in de stad van werkers met opgestroopte mouwen. Het is een mooie vrijdagmiddag rond half twee. Plaats: het intieme bibliotheektheater, even voor aanvang van de conferentie Vrouw en Werk. Buiten is het voorjaarsweer, de meeste gasten komen binnen zonder jas, een enkeling draagt er een over de arm. Ook deze man in zijn keurig verzorgde grijze krijtstreepje. Hij stapt resoluut op een groepje mannen af; ze blijken elkaar te kennen. De conversatie stopt even, ze begroeten elkaar hartelijk en de krijtstreep geeft al pratend -zonder op of om te kijken- zijn jas af aan een gekleurde vrouw van middelbare leeftijd. Zij staat iets verderop naast de garderobe. De vrouw neemt de jas aan en hangt hem keurig op een knaapje achter de balie, waar nog niet veel jassen hangen.

Binnen is het aangenaam: de zaal is druk bevolkt met veel vrouwen en enkele mannen. Het is tijd: ik heet iedereen welkom en kondig het begin van de conferentie aan, geef een korte inhoud van het programma en wijs de aanwezigen en passant op de schilderijen en tekeningen aan de wand, door vrouwen gemaakt. ‘Ze zijn mooi en te koop; het geld wordt besteed aan een op te richten kinderkunstproject, dus sla uw slag! Het is originele mooie, niet dure internationale kunst!’

De wethouder Sociale Zaken, ons project zeer goed gezind, houdt een korte inleiding en spreekt zijn zorg uit over oplopende aantallen en krimpende financiën, maar is ook optimistisch: er zijn veel aanmeldingen voor diverse cursussen. Daarnaast hebben instellingen en bedrijven werk- en stageplaatsen aangeboden. Hij hoopt dat het aantal vrouwen met een uitkering de komende jaren zal afnemen. Ik dank hem voor zijn positieve bijdrage en voor de goede samenwerking.

Het is nu tijd voor de hoogleraar vrouwenstudies. Zij loopt rustig naar voren en neemt plaats achter het spreekgestoelte en kijkt aandachtig de zaal rond. Haar verhaal is glashelder en doorspekt met voorbeelden over sterke vrouwen in deze actieve stad met meer dan honderd verschillende culturen. Ze bepleit met verve de thema’s leren, werken en kinderopvang. Mantelzorg ziet ze als een groot goed. Dan pakt ze plotseling haar tas die naast haar staat, neemt er iets uit en richt haar blik weer op de zaal en vervolgt haar interessante verhaal.

Na afloop van haar inleiding steekt ze haar hand op en geeft een terloopse toevoeging: ‘Wil de heer in het grijze gestreepte pak straks het nummertje van zijn jas bij mij ophalen? Het is nummer elf. Helaas kan ik u de jas niet aanreiken, meneer. Ik moet naar mijn volgende afspraak. Er wacht een groep jonge studenten op me. Dat vindt u toch niet erg, hè? Volgende keer beter.

Ik dank u allen voor uw aandacht.’

—————————————————————–

Leestip: Rebecca Solnit, Men Explain Things to Me (2014) en het artikel in de Groene van 3 maart 2016 van Joost de Vries ‘Sommige mannen kùnnen niet eens fluiten’ en Marja Pruis ‘Grote goedheid uw naam is vrouw’.

 

© els van dinteren

Uitgesteld genoegen

Stairs – Rein Jansma

Het was in de eerste helft van de 80er jaren: een demonstratie tegen kernraketten in Den Haag. Samen met mijn toenmalige geliefde liep ik mee, van harte en zonder spijt. We waren met duizenden en zagen de urgentie van protest tegen de Staat. Wat er in ons land al aan oorlogstuig stond moest onmiddellijk vernietigd worden. Er is maar deels naar ons geluisterd.

De karavaan met duizenden betogers trok over de Denneweg, langs onze lievelingsboekhandel Ulysses. We liepen aan de zijkant en konden de groep zonder problemen verlaten. Binnen in de boekhandel wachtte zonder protest de verleiding en gretigheid. Ik kocht een boek: een bijzonder exemplaar zonder woorden. Mijn toenmalige kocht wat Russen en bij de buren nog een zilveren boekenlegger; weliswaar voor zijn eigen boeken.

Maanden later werden we beiden uitgenodigd bij een verzamelaar van -wat later bleek 3D- boeken. Hij was hoofdredacteur bij een provinciale krant en had een zeer gevulde boekenkast. Mijn toenmalige vertelde over mijn aankoop op de Denneweg: het boek Stairs van Rein Jansma. Een boek met 10 uitgesneden uitklapbare trappen, in diverse modellen. Van enkelvoudige trappen tot ingewikkelde trappenhuizen, met of zonder tussenplateaus. Een waar kunstwerk.
Hoe het gelopen is weet ik niet meer, maar het boek is uit mijn boekenkast verhuisd naar de zijne. Daarna heb ik het boek en de verzamelaar nooit meer teruggezien. Wel bleef het boekbeeld mij helder voor ogen. Het was uitgegeven in een gelimiteerde oplage en heel lang niet meer te verkrijgen.

Deze week vond ik op internet bij toeval Stairs van Rein Jansma, geproduceerd door Joost Elffers voor een aannemelijk bedrag, te koop bij een antiquariaat in het Noorden van het land. Ik heb het boek onmiddellijk besteld; vandaag is het aangekomen. De bode van DHL bracht het boven en beklaagde zich voorzichtig over de trappen die hij moest slechten voor hij mijn bel had bereikt. Ik vertelde dat de trappen vooral ten goede kwamen aan mijn conditie. Van beneden tot boven aan mijn dakterras neem ik dagelijks 46 treden, heen en weer en soms meerdere keren.

Met een zekere nieuwsgierigheid heb ik het pakje ontmanteld. Dit boek leek groter dan mijn eerdere editie, die wat kleiner was en met een eenvoudig kartonnen omslag. Deze is luxer met een in beige linnen gevatte omslag, voorzien van een diepliggende preeg met namen. Een mooie blinddruk. Maar de binnenkant is van dezelfde eenvoudige schoonheid als het eerste exemplaar.

Deze blijft voorlopig op mijn boekentafel en later in de boekenkast. Een fascinerend pronkstukje, eindelijk terug waar het ooit eerder was.

© els van dinteren 16.10.20

Omstandigheden

De tuindeuren zijn opengeslagen; er drijft een zachte vroege herfstlucht binnen. Het is de lichte geur van late zomerbloemen vermengd met reuk van paddenstoel en vochtig gevallen eikenblad.

Op hetzelfde moment geeft radio 4 ‘As Steals the Morning’ van Haendel, brommend gehinderd door het espressoapparaat. Het kleine huis is gevuld met zaken waarin ik nauwelijks de hand heb: de regie komt van elders. Er is sprake van omstandigheden die ertoe doen. Naast werktuigelijk voert zintuigelijk de overhand. Niet veel later volgt het onderdeel feestelijk zingen, eten, drinken en vertellen, met hartigheid en zoetigheid in samenhang met aangename vriendschappelijke aanwezigheid.

Als na uren van activiteit vermoeidheid de kop op steekt en alles weer zijn oude plek heeft ingenomen, volgt een ander verkwikkend bad.

Vroeg in de morgen, nog pikdonker en heel onverwacht, klinkt Schubert Pianosonate D. 960, Andante, zoals het ooit eerder uit de hemel kwam vallen. Herinnering en tevredenheid brengen me nog even in diepe slaap. Na het ontbijt met restjes van de dag ervoor wacht de krant met nieuws van het ongefilterde buitenleven.

Nu niet aarzelen….hup! erin!

© els van dinteren 26.09.2020

 

 

 

Metamorfose

 

Vanmorgen heeft mama er echt helemaal niets over gezegd. Zij is heel grappig en zit altijd vol leuke verrassingen. Het is half één en ze staat bij het schoolhek op ons te wachten. De bushalte is voor ons huis, maar daar vertrekken we niet. ‘We nemen de volgende halte’, zegt mama. Onze vriendinnen mogen niet mee: we gaan met de bus naar Utrecht. Mama heeft haar mooie jas aan en haar lichte nieuwe hoed op. Mijn zusje en ik lopen ieder aan een hand. Onderweg vertelt ze dat we naar meneer Streumer gaan, onze kapper in Utrecht. Hij gaat onze vlechten bekijken. De kapsalon is aan de Oude Gracht naast de bioscoop. Boven woont tante Netty, de vriendin van mama. Zij is kapster. Het ruikt er heel erg naar parfum, zeep en ook naar verbrande haren. Daar zijn rare tangen voor watergolf bij oude vrouwen en hele vieze shampoo voor permanent-krullen. Mijn zusje en ik hebben zelf krullen, van papa en mama gekregen. Onze krullen zijn verstopt in dikke vlechten met grote strikken.

Mama zet mij op de hoge kappersstoel en haalt mijn vlechten voorzichtig uit elkaar. In de spiegel zie ik meneer Streumer met zijn gemene lach, terwijl hij mijn lange haren zachtjes streelt. Hij is een hele erge enge man! Mama staat erbij en kijkt ernaar en houdt mijn zusje vast. Dan pakt hij zijn schaar en knipt steeds heel voorzichtig een handje vol van mijn haar af en legt het in een langwerpig doosje met wit vloeipapier. Ik roep nog: ‘Nee mama, dit wil ik niet!’ Maar mama vertelt ons dat het haar te veel wordt, iedere morgen dat kammen en vlechten maken. Korte kopjes zijn in de mode!

In heel weinig tijd word ik anders. Hetzelfde overkomt mijn zusje: ook een kort kopje.  Nu zijn er twee doosjes met onze lange haren. Daarvoor heeft hij vijftien gulden per doosje in mama’s hand gedrukt. Wij krijgen van hem ieder een gulden voor een ijsje bij Venezia. Van tante Netty krijgen we snoep en complimenten: ‘Oh, wat zijn jullie mooie meisjes, nu zijn jullie groot!’

Wat zal papa ervan zeggen als hij straks thuiskomt van zijn werk? Misschien krijgt mama wel ruzie.

We eten een heel lekker ijsje met slagroom en krijgen ook nog een nieuw jurk. In de bus naar huis is het heel stil. Mama is heel moe en wij ook. Misschien ga ik straks wel huilen. Ik voel af en toe aan mijn korte haar en ik weet dat het zal groeien, dat er weer vlechten komen. Maar dat duurt heel lang. Dat is pas als ik oud ben: misschien wel twaalf jaar.

Papa kijkt verbaasd en trots naar ons. Hij vraagt mama: ‘Waar zijn de vlechten gebleven?’ ‘In twee doosjes bij Streumer…voor pruiken’.  Papa zegt: ‘Geen sprake van. We halen het haar terug en die jurken hebben ze gewoon van ons gekregen!’

De volgende dag gaat mama weer naar de stad om de doosjes op te halen. Thuis verdwijnen ze in de kast, hoog achter het serviesgoed. Daar blijven ze heel lang liggen tot de kamer en suite wordt doorgebroken en de kasten met een deel van de inhoud verdwijnen.

© els van dinteren 200920

BRODSKY

San-Michele
San-Michele

 

vanaf de Fondamenta degli Incurabili* staar je

over het water naar het stille dodenrijk

zijn boot zal je brengen daar waar je zal rusten

in nabijheid van haar, je geliefde Venetië

dampende mist, de sfeer van stilte dragend

het water, de tijd, licht en donker

heden en verleden, verlangen en vervulling

liefde en afscheid, taal en uiteindelijk zwijgen

de onvermijdelijke dood, het metaforische

incurabile voor alle pijn

met geheven hoofd de tsarenstad achter je gelaten

– jij, luie jood die niet wilde werken- dichter en schrijver

verboden in je eigen kernachtige taal, de zangerige

monotone aanhoudende klanken

het lichaam verteerd door rook alcohol en melancholie

de geest vervuld van eigenwaarde liefde en passie

langzaam neergegaan in opstandigheid

rust waar je wilt zijn, Isola di Michele

bedevaartplaats voor dichters en schrijvers

Igor Stravinsky in nabijheid en op minimale afstand

Murano, waar het brakke water en het heldere glas

je gedichten en verhalen weerspiegelen

 

*Kade der Ongeneeslijken/Venetië

met dank aan De Bezige Bij

 

© els van dinteren

Inktzwam (coprinus comatus)       

Inktzwam
Inktzwam

 

in het gras onder de berk verscholen

de ontluikende witte hoed de zachte schubben

daarboven een licht gekleurde tepel

de gesloten onderkant draagt mysterie

zwarte magie voor latere dagen

 

de jonge hoeden voorzichtig gesneden

behoedzaam beroerd  zacht bekokstoofd

met verse inkt het recept geschreven

 

© els van dinteren

Naar aanleiding van Onvoltooide Liefdesbrieven (Michaïl Sjisjkin)

Het is een dans macabre waarin je optreedt. Onwaarschijnlijk maar waar. Je draagt je witte pak, met daaronder je donkerblauwe zijden hemd. Ze hangen weer om je heen, de vrouwen waarmee je werkt, mee uitgaat en met ons bevriend. Je opent je dans met Alice, een kop groter en je steun en toeverlaat op het werk. Onderweg ontmoet je Troes en Truida, zij zijn nichten, dansen samen en hebben heel wat te bespreken. Je kust hun hand, altijd charmant. Dan is er een changement en ik zie je zwevend gaan, naar stille Ans. Zij heeft haar dranktas met likeur aan haar arm en geeft je slokjes. Je lust er wel pap van; maar zij heeft het nippen tot kunst verheven, dus dat wordt aanpassen. Het wordt merkwaardig aangenaam en de rij wachtenden wordt groter. Ik zie mijn moeder met haar kleine dure schoentjes. Zij danst met haar oudste zoon, terwijl haar kleinzoon zich in een totaal andere maat voortbeweegt. Papa is druk en tekent een hittebestendige paternoster. Op de bank aan de zijkant zit jouw moeder, zonder feestjurk, met haar schort nog aan en op haar versleten pantoffels. Zij kijkt uit naar haar man, die al langgeleden vertrokken is. Zoals gewoonlijk zijn haar nylons aan flarden, maar wat kan het schelen. Het uiterlijk is hier niet van belang. Plotseling roep ze: “Waar zijn we hier, jongen” en jij roept: “In het vagevuur, moeder. Het wachten is waar we straks heen gaan.”

Uit een zijdeur verschijnen Lea en Bob. Zij zijn voorzien van een reistas en zijn al aan de Gouden Poort geweest, die door dominee beloofd was. Ze zijn er nog niet aan toe, of mogen ze er nog niet in? Voorlopig zijn ze tevreden met de gasten in het vagevuur, hoewel het zeker niet hun doel is. De Hemel was toegezegd, maar soms lopen zaken anders dan verwacht. Ze dansen voorzichtig rond en groeten bekenden en onbekenden en constateren: wel erg veel ongelovigen hier. Het valt op dat niemand een horloge draagt: tijd is hier schijnbaar niet van belang. Er wordt ook niet gegeten: zeker een te aardse bezigheid?

Het wordt alsmaar warmer en opeens zie ik dat je één vleugel op je rug draagt. De andere is gesmolten en hangt er verloren bij. Sommige aanwezigen hebben alleen maar kleine stompjes waar nog vleugel uit moet groeien. Er ontstaat plotseling een groot gat waarin de bloedhete hel te zien is. Dante loopt zijn ronde, samen met Vergilius. Je ruikt de vuile opstijgende dampen. Oh, wat ben je bang daarin te verdwijnen. In je smetteloze witte pak kijk je over de rand, snuift wat en maant ons hier onmiddellijk weg te gaan. Je roep nog: “Zonder pijn kan er geen leven zijn”, teksten uit het nog niet vergeten verleden. Als de muziek afgelopen is stel je voor samen aan de oude Port te gaan. Ja, gedronken moet er worden, zeker onder deze zware omstandigheden.

Dan volgt het lied: Ich bin der Welt abhanden gekommen…

Ik stribbel tegen, ik wil nog niet, laat me los, ik wil nog niet. Blijf verdomme van me af!

 

© 050314/060920 els van dinteren

Moeder van drie gratiën

ze is jong maar heeft een vage zachte rimpel rond

haar mond, haar handen in rustige beweging

terwijl haar oudste kind -een jonge vrouw-

voorzichtig aandacht vraagt terwijl ze voor ons

kookt wordt er gelachen om een goede grap

als een schoonheid binnenschrijdt de rugzak vol

geleerde stof: een uitbundig gemeende groet

daarna volgt rustig pianospel, sereniteit

haar derde kind -zeer beweeglijk theatraal-

vertelt hoe haar drukke dag verloopt

een verhaal over wiskunde, Grieks, Latijn maar

altijd de fietstocht met behoorlijk veel tegenwind.

 

© 060920 els van dinteren

error: Inhoud is auteursrechtelijk beschermd!