l Gedichten - els van dinteren
Close

Á la recherche…

er zijn geen pasteien noch

blini’s, dubbel gebakken met

te duur aangeschafte kaviaar

 

gefileerde tong of erger; tarbot

in saus van witte wijn, mierikswortel

en geslagen zure room

 

oh nee, denk niet aan chablis, port of

de zelf gebrouwen granach, aangelengd

met een flinke scheut eau de vie

 

op tafel -naast de theepot- wacht  slechts

geduldig het schaaltje met zelfgebakken

Madeleines

 

© els van dinteren

LEVENSLUST

beeld Nico Meijer Drees, Canada
beeld Nico Meijer Drees, Canada

 

een paard met zeer vrouwelijke naam

merrie van zekere leeftijd maar nog lang

niet uitgeblust staat vol energie

te weiden en is -gezien het aantal jaren-

haar naam nog immer meer dan waard

wat met haar te doen?

de slager denkt aan saucijs en sudderlap

beter nog haar tijdenlang in alle rust

te laten grazen en door kinderen gevoerd

geknuffeld of -als het eindelijk zover is-

heel zachtjes te worden dood geaaid.

 

© els van dinteren

 

KUNST

beeld: portretbuste Beatrice de Aragon, Francesco Laurana +/- 1430-1502 Mauritshuis / Frick-collection

in een glazen omhulsel tegen de blauwe

wand staat zij roerloos – het beeld van adel

op haar hoede, de aderen op haar blanke

gelaat verraden een tere huid

 

-Beatrice, koningsdochter, Napels 1471 –

ooit gehouwen uit wit marmer

gebeiteld, geschuurd, gepolijst

tot universele schoonheid

 

zo te willen schrijven;  taal beitelen

tot beperkte maar rake proporties

 

© els van dinteren

mutua fides

van tijd tot tijd komt hij vermoeid

maar ongeduldig aangevlogen

weet zich onbespied grenzeloos

te laven als een doorgewinterde zuiper

gewend aan een hoeveelheid drank

 

vanmiddag weer – zijn verenpak met

zwarte rafel – zittend op de waterbak

krijst hij zijn rauwe kreet

neemt snel een bad drinkt nog wat en

schijt daarna zijn tomeloze dank

 

zonder hem voel ik me liggend op het

dakterras roekeloos verlaten

 

***

Uit: els van dinteren, dubbelportret / Doppelporträt

edition STAUBLAU no. 11, Uta Fleischmann / Isensee Verlag

zeelandschap

beeld: Henk de Vries, Holwerd (eigen collectie els van dinteren)
beeld: Henk de Vries, Holwerd (eigen collectie els van dinteren)

 

waar strand door brak water wordt

drooggelegd volgt het dagelijks terugkerend

getijderitueel van komen en gaan

 

zoals voetstappen op een zompig pad

raakt de waterader dichtgeslibd in vele

kleine delta’s     verstild verzand

 

waarna de onverstoorbare branding

zonder voorbehoud het rusteloze water

haar natuurlijke gang laat gaan

 

© els van dinteren

ONVERWACHT BEZOEK

op onverwachte tijd en plaats onzichtbaar

voor het oog maar met een vaart nauwelijks

te benoemen raast en snoeit hij schoonheid plat

velt daarna oude bomen vernielt

 

het huis herinnering bekleedt alles met

zijn lelijkheid om twijfel te voorkomen

knaagt rustig voort rooft dan de kracht

knakt de wil   geen lieve moeder die hier

 

helpen kan hoewel er om haar wordt gesmeekt

zonder vast program of aanzien des persoons

immer liggend op de loer

macht die breekt en vreet

 

© els van dinteren (gedicht uit de bundel roekeloos ontknoppen)

 

 

SPIEGEL IN SPIEGEL

Beeld: Gouache, Molnár Sándor, z.t. (collectie evd)

we zijn wie we altijd al waren
oud geworden kinderen
al zolang geen vijftien meer
maar keer de vingers op één hand

bewegend levend in herinnering
bladdert het huis heel langzaam af
binnen brandt het stilstaand vuur
verwarmt zoekend de gedachten

woorden in vage trage bochten
namen worden aarzelend genoemd
geliefden die het brein verlaten
maar de rugzak altijd vol verlangen.

Uit: dubbelportret / Doppelporträt
Oldenburg, 2021

 

© els van dinteren

De arm

 

 

 

 

 

 

 

voor R.

Omdat ik er niet bij was, maar het wel zag.

 

Je stem ben ik niet vergeten, de woorden die we spraken zullen niet in de tijd vergaan.

Je proza en poëzie heb ik gelezen. De herinnering aan je stem komt onmiddellijk terug.

Ik zag je met opgestoken arm: het is de balansarm in je voordracht, je presentatie.

Ook tijdens het verhaal over Gilgamesj. Het is je beeld geworden.

 

De arm die je in evenwicht houdt, een eigen leven leidt. De rest is stabiel en rustig.

Hij reikt naar de zaal -naar je toehoorders- en raakt me bijna.

Wil je daarmee afstand bepalen, of iets aangeven, misschien iets vragen?

Soms het een, dan weer het ander?

 

De woorden zie ik via de arm naar je hand glijden, daar verspreiden ze zich

in opwaartse kracht naar je vingers -als in een delta- en zweven de ruimte in.

Ik kan ze vangen en tot me nemen als het water van de Eufraat -of was het de Tigris-

het water uit oude verhalen, ver weg, waar eens het paradijs was.

Je brengt het verhaal als de meester-verteller van zeer oude waarden.

 

Soms is de hand naar boven gedraaid en deels open om hem te vullen

met zoete dadels, rijpe vijgen en een enkele pittige olijf. (‘Als je daar tenminste aan toe bent’).

Ze horen bij het oude landschap dat je met passie beschrijft.

Van bitter en zuur is geen sprake.

Je laat ons lopen over oeroude grond, ruiken aan brakke wateren en ademen in azuurblauwe lucht.

Je spreekt met vuur over liefde en jaloezie, genegenheid en vriendschap.

 

Wees voorzichtig met die arm! Hij begeleidt en stuurt je en geeft je goede richting.

Natuurlijk moet ik ook aan de kreeft denken, die zijn poot had beschadigd maar

daar in het water weinig of geen last van had.

 

Ik zag je in volle overgave -zonder schroom of terughoudendheid- vertellen en bewegen:

 

zo mooi.

 

 

© els van dinteren

De vleugelnootboom spreekt

Loop naar mijn kurkstam, onder mijn takken.

Ik sta hier alleen, al zou ik met soortgenoten

een indrukkwekkende laan kunnen maken.

Zie mijn hoogte, trots reik ik

naar de daken van het Rijksmuseum.

 

Loop naar rechts.

Hoewel ik hier wortel, kom ik van ver:

Armenië of de Kaukasus.

Hollandse winters deren mij niet:

Sneeuw op mijn takken.

In de zomers een dicht bladerdak.

Tussen twee vleugels mijn vrucht.

 

Keer om en loop naar links.

Ik wijs je de weg. Je ziet

de wandelpaden van mijn labyrint.

Loop van mij weg. Mis je me al?

Straks loop je weer naar mij toe

en zie je de veelarmigheid van mijn kroon.

Kijk naar de andere kant, lage beplanting.

 

In mijn schaduw groeit niet erg veel,

maar de buxushaagjes doen het goed.

Ga nu kwiek naar binnen en verbaas je

over wat onze ogen verstouwen kunnen

en wat handen kunnen maken:

de glans van koper, druiven, satijn, een edensteen.

Let op de schaduw van de hand,

de handschoen en de kip van de marketenster.

 

 

Remco Ekkers 1941 – 2021

error: Inhoud is auteursrechtelijk beschermd!