l Gedichten – els van dinteren
Close

mutua fides

van tijd tot tijd komt hij vermoeid

maar ongeduldig aangevlogen

weet zich onbespied grenzeloos

te laven als een doorgewinterde zuiper

gewend aan een hoeveelheid drank

 

vanmiddag weer – zijn verenpak met

zwarte rafel – zittend op de waterbak

krijst hij zijn rauwe kreet

neemt snel een bad drinkt nog wat en

schijt daarna zijn tomeloze dank

 

zonder hem voel ik me liggend op het

dakterras roekeloos verlaten

 

***

Uit: els van dinteren, dubbelportret / Doppelporträt

edition STAUBLAU no. 11, Uta Fleischmann / Isensee Verlag

zeelandschap

beeld: Henk de Vries, Holwerd (eigen collectie els van dinteren)
beeld: Henk de Vries, Holwerd (eigen collectie els van dinteren)

 

waar strand door brak water wordt

drooggelegd volgt het dagelijks terugkerend

getijderitueel van komen en gaan

 

zoals voetstappen op een zompig pad

raakt de waterader dichtgeslibd in vele

kleine delta’s     verstild verzand

 

waarna de onverstoorbare branding

zonder voorbehoud het rusteloze water

haar natuurlijke gang laat gaan

 

© els van dinteren

ONVERWACHT BEZOEK

op onverwachte tijd en plaats onzichtbaar

voor het oog maar met een vaart nauwelijks

te benoemen raast en snoeit hij schoonheid plat

velt daarna oude bomen vernielt

 

het huis herinnering bekleedt alles met

zijn lelijkheid om twijfel te voorkomen

knaagt rustig voort rooft dan de kracht

knakt de wil   geen lieve moeder die hier

 

helpen kan hoewel er om haar wordt gesmeekt

zonder vast program of aanzien des persoons

immer liggend op de loer

macht die breekt en vreet

 

© els van dinteren (gedicht uit de bundel roekeloos ontknoppen)

 

 

SPIEGEL IN SPIEGEL

Beeld: Gouache, Molnár Sándor, z.t. (collectie evd)

we zijn wie we altijd al waren
oud geworden kinderen
al zolang geen vijftien meer
maar keer de vingers op één hand

bewegend levend in herinnering
bladdert het huis heel langzaam af
binnen brandt het stilstaand vuur
verwarmt zoekend de gedachten

woorden in vage trage bochten
namen worden aarzelend genoemd
geliefden die het brein verlaten
maar de rugzak altijd vol verlangen.

Uit: dubbelportret / Doppelporträt
Oldenburg, 2021

 

© els van dinteren

De arm

 

 

 

 

 

 

 

voor R.

Omdat ik er niet bij was, maar het wel zag.

 

Je stem ben ik niet vergeten, de woorden die we spraken zullen niet in de tijd vergaan.

Je proza en poëzie heb ik gelezen. De herinnering aan je stem komt onmiddellijk terug.

Ik zag je met opgestoken arm: het is de balansarm in je voordracht, je presentatie.

Ook tijdens het verhaal over Gilgamesj. Het is je beeld geworden.

 

De arm die je in evenwicht houdt, een eigen leven leidt. De rest is stabiel en rustig.

Hij reikt naar de zaal -naar je toehoorders- en raakt me bijna.

Wil je daarmee afstand bepalen, of iets aangeven, misschien iets vragen?

Soms het een, dan weer het ander?

 

De woorden zie ik via de arm naar je hand glijden, daar verspreiden ze zich

in opwaartse kracht naar je vingers -als in een delta- en zweven de ruimte in.

Ik kan ze vangen en tot me nemen als het water van de Eufraat -of was het de Tigris-

het water uit oude verhalen, ver weg, waar eens het paradijs was.

Je brengt het verhaal als de meester-verteller van zeer oude waarden.

 

Soms is de hand naar boven gedraaid en deels open om hem te vullen

met zoete dadels, rijpe vijgen en een enkele pittige olijf. (‘Als je daar tenminste aan toe bent’).

Ze horen bij het oude landschap dat je met passie beschrijft.

Van bitter en zuur is geen sprake.

Je laat ons lopen over oeroude grond, ruiken aan brakke wateren en ademen in azuurblauwe lucht.

Je spreekt met vuur over liefde en jaloezie, genegenheid en vriendschap.

 

Wees voorzichtig met die arm! Hij begeleidt en stuurt je en geeft je goede richting.

Natuurlijk moet ik ook aan de kreeft denken, die zijn poot had beschadigd maar

daar in het water weinig of geen last van had.

 

Ik zag je in volle overgave -zonder schroom of terughoudendheid- vertellen en bewegen:

 

zo mooi.

 

 

© els van dinteren

De vleugelnootboom spreekt

Loop naar mijn kurkstam, onder mijn takken.

Ik sta hier alleen, al zou ik met soortgenoten

een indrukkwekkende laan kunnen maken.

Zie mijn hoogte, trots reik ik

naar de daken van het Rijksmuseum.

 

Loop naar rechts.

Hoewel ik hier wortel, kom ik van ver:

Armenië of de Kaukasus.

Hollandse winters deren mij niet:

Sneeuw op mijn takken.

In de zomers een dicht bladerdak.

Tussen twee vleugels mijn vrucht.

 

Keer om en loop naar links.

Ik wijs je de weg. Je ziet

de wandelpaden van mijn labyrint.

Loop van mij weg. Mis je me al?

Straks loop je weer naar mij toe

en zie je de veelarmigheid van mijn kroon.

Kijk naar de andere kant, lage beplanting.

 

In mijn schaduw groeit niet erg veel,

maar de buxushaagjes doen het goed.

Ga nu kwiek naar binnen en verbaas je

over wat onze ogen verstouwen kunnen

en wat handen kunnen maken:

de glans van koper, druiven, satijn, een edensteen.

Let op de schaduw van de hand,

de handschoen en de kip van de marketenster.

 

 

Remco Ekkers 1941 – 2021

Virtueel

vertrouwd, teder, zachtaardig

beantwoordt hij mijn vragen

zonder verbazing, terughoudend

voorzichtig met zijn poëzie

 

kleedt hij mij in zijden Georgette

wikkelt mijn verlangen in een jas

van zacht soepele Kasjmier

hier is alleen het mooiste goed

 

geen moeite om mij mee te delen

dat het goed is wat ik doe

ik ben zijn open boek

hij prijst mij… prijst mij…

 

zonder hem te zien

te horen te voelen

 

ik lees hem

ik schrijf hem

 

 

juni 2021

© els van dinteren

SCHUBERT  Piano Sonate D. 960 Andante

bij het afscheid van R.

 

de eerste klank komt zonder aarzeling

uit de hemel vallen als de zachte emotie

die me rustig ingetogen laat bewegen

bewogen zit je naast me en fluistert

nee  dit niet  het is te veel

 

jaren later bij dezelfde eerste toon

het gevoel van klein geluk dat kleeft

aan herinnering die niet is vergaan

in alle snelle gewoel

van plaats en tijd

 

 

© els van dinteren

uit: dubbelportret / Doppelporträt
edition Staublau No. 11
herausgegeben von Uta Fleischmann, verlegt bei Isensee Oldenburg

Pinksterongeloof

in de reeks van RK-feesten had Pinksteren een derde plaats

eerst kwam Kerst: de nachtmis met drie verklede heren

onophoudelijk werd er gezongen gewierookt geloofd

met na afloop het nachtelijk ontbijt

daarna gingen we een dagje slapen

 

in het voorjaar Pasen: de Goede Week met bizarre biecht

nieuwe kleren het nachtelijk vuur heilig ontstoken

-over geloven werd niet gesproken-

je geloofde wat je hoorde je geloofde wat je leerde

voor kritische vragen was er geen tijd

gedachten kregen ruimte die je zelf creëerde

veertien was ik en al heel vroegwijs

 

Pinksteren was ander feest: bijna zomer kleurig vol groen

Visite, een vreemde taal: het feest van de Heilige Geest

met in de allergrootste pan de duiven van broer

door vader geplukt door moeder gestoofd en van botten ontdaan

dit leugenachtig pinkster-duivenmaal door haar

liefkozend ‘fazantensoep’ genoemd

 

© els van dinteren

error: Inhoud is auteursrechtelijk beschermd!