l Els van Dinteren – Page 2 – dichter en verhalenverteller
Close

Karper

Verlegen stond hij aan de deur; ik had hem verwacht, maar nu nog niet. De rouw stond nog in zijn ogen, zijn tranen waren nog niet gedroogd en de stevigheid die ik van hem kende was nog niet teruggekeerd in zijn grote stramme lijf.

‘Ik wil je’….sprak hij….’vragen…of je samen met mij….’

Ik maakte koffie met een glas benedictine en informeerde hoe het met hem ging. Hij maakte een verwarde indruk en had zich waarschijnlijk moed ingedronken. De koffie met likeur viel in goede aarde. Eerst werd er omheen gepraat, maar het hoge woord kwam er snel uit: hij was alleen en dacht dat ik…

ik was toch ook… en zou hem…en natuurlijk ook mezelf ….ons beiden dus eigenlijk…vroeger konden we toch ook goed met elkaar… ja, we hebben veel gelachen en samen mooie dingen gemaakt….en we houden beiden van een goed leven….alleen is ook maar…ja, zij is nu weg…. nu moet ik maar…kijken …

Zij was drie maanden dood en hij was nu op zoek naar een vrouw die hem kon troosten en voor hem kon zorgen. Zijn tegenprestatie was een mooi huis, geld, kunst, reizen en de stroeve vriendelijkheid die hij van-huis-uit had meegekregen.

Nadat de dood plotseling bij haar op bezoek kwam wist ik dat hij zou komen, maar deze haast?

Ik stelde hem voor om voorlopig voor zichzelf te zorgen: alleen zijn, verwerken, leren aanvaarden. Ja het kost tijd, geduld en rust. Daar nam hij geen genoegen mee: hij dacht in andere werkwoorden en wilde snel toeslaan.

‘Ik wil zo graag’…

Moest ik hem nu vertellen over wederkerigheid, zeggen dat ik niet alleen was? Althans niet altijd. Voorzichtig met hem omgaan of de nodige duidelijkheid verschaffen? Ik stelde nog een kop koffie voor om intussen mijn tactiek te bepalen.

Nadat ik had geïnformeerd naar zijn kinderen kwam hij onmiddellijk terug op zijn vraag. Hij is een wat koppige en soms narrige man, niet de ideale eigenschappen om vrouwen te plezieren.

Ik stelde voor om op kerstavond bij mij te dineren. ‘Kerstavond wordt hier gevierd met een uitgebreide maaltijd, waarbij karper belangrijk onderdeel is. Een Midden-Europese oude cultuur.

(Mijn visboer weet dat hij tegen die tijd voor mij moet zorgen).

We luisteren het Weihnachtsoratorium van Bach. Ja, helemaal en af en toe een hapje en liever niet praten.

Daarna ga je weer naar huis of naar je kinderen.

Met Pasen doen we de Mattheus na paasbrood en eieren; later op de dag staat er haas op het menu. Jij mag dan koken, ik weet dat je het heel goed kunt. Als we het dan beiden leuk vinden zouden we met Pinksteren even naar Wenen kunnen gaan om boodschappen te doen en kunst te kijken. Ik laat je de stad zien. Dan ben je voorlopig met de feestdagen onder de pannen.’

Hij voelde hier helemaal niets voor. ‘Ik hou niet van die Bach van jou, en aan karper moet ik al helemaal niet denken, al die graten. Eet je echt zo gek op die feestdagen? Van wie heb je dat geleerd, of bedenk je dat ter plekke? En Wenen heb ik al gezien. Als het aan mij ligt eten we gewoon buiten de deur, een goed verzorgd kerstdiner in ons goeie goed, en ik betaal natuurlijk alles! Maar zo te zien ben je daar niet tevreden mee; je bent wat eigenwijs en verwend, hè?

Jammer dan!

Ik ga maar eens, en smakelijk eten.’

 

@ els van dinteren

 

Robert Walser

Robert Walser

We gaan nu aan de zijkant

van de weg staan

met onze rug naar

de samengebonden palen.

 

We kijken niet hoe de weg loopt

door het bos, kalm over de heuvel.

 

We zetten onze hielen tegen elkaar

de tenen van onze gepoetste schoenen

iets uit elkaar.

 

We houden in onze hand

de paraplu en de hoed

want de zon schijnt.

 

De schaduw op de weg

laat de rondingen van de handgreep zien.

 

We zijn een heer, zij het

een ietwat verlopen heer.

 

 

De Dood van Robert Walser

Veertien was ik, onder de kerstboom.

Hij zeven en zeventig.

De kamer rook naar mandarijnen

toen hij, ver weg, in de bergen, ging wandelen

voor de laatste keer zonder overjas.

Ik kende hem niet.

 

Het was niet erg koud

het sneeuwde zachtjes

en de weg lag vrolijk in het verschiet.

Hij stapte stram voorwaarts

zijn vaag-rode stropdas om zijn hals

en zijn hoed stevig op zijn hoofd.

 

En toen hij, ver van Herisau

in Appenzell-Ausserhoden tot stilstand

kwam tegen een hoopje sneeuw

zag hij voor het laatst

de lichte vlokken waaien.

 

Hij dacht misschien

aan de jongen die hij was

die cadeautjes kreeg

en aan zijn moeder.

 

 

Op weg

Maar nu even stilstaan

dwars op het pad, met de rug

naar wat komt.

 

Handen in de zakken

voeten in de sneeuw

kijken naar het bos.

 

Maar dan weer op weg

de bochten nemen.

 

Kom, vooruit, schop

de sneeuw naar voren

Je komt waar je loopt.

 

 

Remco Ekkers, Gedichten

Uit: De Gids. Jaargang 158 (1995)

Heksenzang

Drentse herfst, voorzien van een laaghangende mist, geeft een zacht maar niet onaangenaam gevoel van melancholie. De heide uitgebloeid, bloemen vervallen en blad dat zacht ritselend van de bomen valt. Het bospad kleurt fel oranjebruin. De geur van de houtkachel met stoofpeertjes in port geeft een extra dimensie aan het decor.

Ik lees Macbeth van Shakespeare in een van de vele Nederlandse vertalingen, makkelijk te vinden op Internet. Eerder, veel eerder, zag ik Macbeth als opera van Verdi. Zonder probleem haal ik de beelden tevoorschijn. Nu is het mijn zelfgecreëerde decor, dat minstens eenzelfde sfeer weergeeft. Hooguit zonder geroezemoes van een overvolle concertzaal.

De Verdi-opera Macbeth bevat drie cd’s, opgenomen in Italië in 1969, met in die tijd beroemde operazangers. Om de opera goed te volgen lees ik de korte beschrijving. Nu kan het ‘project’ starten. Ik luister/lees de eerste acte. Af en toe volgt een korte onderbreking om de kachel bij te vullen, koffie te maken en iets te eten. Het geheel duurt ruim twee uur met hoogte- en dieptepunten van vriendschap, liefde, voorspelling, strijd, macht, geweld, verraad, moord en angst. De dramatische zwanenzang, bijna aan het eind: Piëtà, Rispetto, Amore klinkt met een niet te overtreffen diep verdriet. Het oude verhaal staat nog overeind. Ik besluit na afloop even te klappen; blij dat niemand het kan zien.

Luister naar de heksen: ze voorspellen en waarschuwen de machtswellustigen, prinsen en koningen.

Een zelfgecreëerde voorstelling in het boshuis, zonder publiek, in nadagen van Trump, de vleugellamme Uil van Minerva en de hilarische plons van Baudet.

Hoezo gesloten theater? Theater ligt voor het oprapen.

@ els van dinteren

Echte liefde

Het kwam vooral door het kijken naar de indrukwekkende werken van de kunstenaar Richard Long. Het was zondagmiddag, Schuberts Forellen zwommen door het boshuis, de zon scheen en het stenen kunstwerk in de tuin lag er na regen en wind wat slordig bij. Een eigen kunstwerk, gemaakt naar Richard Long: Een grote ronde plaat van Corten-staal, in het midden één grote steen, omringd door een krans van kleine vuurstenen. Geel en bruin, op een piédestal van hout. Per wandeling werd steeds één steen meegenomen. Zo ontstond na jaren wandelen een volledig kunstwerk.
Ik rangschikte de stenen, verwijderde oud blad en maakte het geheel voorzichtig schoon: bijna eerbiedig. Waar kwam die emotie vandaan? Waarschijnlijk door mijn herinnering, het verval in de natuur en de intense beschrijving van het werk van Richard Long. Zijn kunstwerken ontstaan tijdens zijn wandelingen door het oude Engelse landschap. Ook het lopen ziet hij als een onderdeel van het kunstwerk.

Mijn wandelingen zijn korter. De zanderige wandelpaden in het bos worden regelmatig door landbouwwerktuigen geëgaliseerd, waarbij stenen -vooral vuurstenen- bovenkomen. Er worden kleine vuurstenen gevonden, half of geheel tot werktuigjes geslepen. Er is inmiddels een mooie verzameling ontstaan. Kinderen vragen vaak of ze uit het stenen tijdperk komen: Ja, natuurlijk!

Bijna dagelijks maakten we een wandeling: soms een ‘kleine om’, bij redelijk weer een ‘middelgrote om’, maar hij genoot het meest van een ‘grote om’, waarbij we altijd los van elkaar liepen. De één snel van tred, de ander trager maar niet minder intens. Hij was thuis in de omgeving en sloeg vaak onverwacht even rechts of links af. Dan wachtte hij me op bij een splitsing. Ik liet me door hem nooit van de wijs brengen. Meestal kwamen we op dezelfde tijd weer thuis. Misschien hield hij me wel van een afstand in de gaten. Altijd was ik verrast en blij hem weer te zien: mijn grote blonde liefde.

Op een onstuimige dag raakte ik hem kwijt: hij was eigenwijs en trok zijn eigen pad. Na wat roepen en fluiten kwam er geen reactie. Uren later en heel ongerust zag ik hem bij het huis rondscharrelen. Ik vroeg waar hij geweest was. Hij keek me wat vragend aan. Ik wist toch dat ik op hem rekenen, hij liet me nooit in de steek!

Na veertien (maal zeven) jaar kon hij niet goed meer lopen. Hij had veel plezier had gebracht en mocht beslist niet lijden. Hij merkte dat er iets ging gebeuren en maakte een luid huilend geluid. Het afscheid was heftig maar snel. Er werd in de bostuin een graf gegraven: voorzichtig gewikkeld in het diepblauwe satijnen laken werd hij daar langzaam in gelegd. Er werd gehuild. Hij werd toegedekt met verse humus, mos en zachte bosgrond.

Vandaag maakte ik het kunstwerk met de vuurstenen schoon. Daaronder ligt hij, nu al negen jaar. De emotie is niet veranderd.

Ik durf geen andere hond meer te nemen: veertien jaar, dat haal ik niet.

@ els van dinteren

PLEGEN

op het moment dat het ongeluk even

om de hoek woont om uit te rusten

of misschien naar een ander werelddeel

vertrokken is om genadeloos toe te slaan

 

besluiten wij het schamele geluk eerlijk

te delen -samen rustig op te stijgen naar

het eenzaam niemandsland- eerzaam

in vol vertrouwen en zonder spijt te vliegen

 

met in de hand een brevet van onvermogen

de landingsbaan ver buiten zicht

 

men noemt dit overspel

 

 

uit: roekeloos ontknoppen, Philip Elchers, Groningen, mei 2015

@ els van dinteren

Into the cloud

Hoe ze er gekomen zijn weet ik niet, maar ze zaten samen zeer devoot naast elkaar in het bushokje, zaterdagmorgen in de vroege ochtendzon. Vanaf de overkant van de straat hoorde ik een aangenaam zacht gezang. Ze waren niet even groot; de één leek iets ouder dan de ander. Wel droegen ze beiden dezelfde soort kleren, hoewel; eenzelfde grote witte sluier. Boven hun mooie licht getinte gezichten bevond zich een verhoging, een soort hoge fez met daarover een linnenachtige sluier. Het leek of ze zojuist uit een middeleeuws schilderij waren gestapt. Aan hun voeten droegen ze gekleurde slippers met boven op de voet een plastic vlinder. Hun lichamen waren verborgen in bontgekleurde jurken met daaronder een moderne spijkerbroek. Ze zongen liederen en keken daarbij in een schrift met harde kaft, dat de oudste met een teder gebaar op haar schoot vasthield. Ze zongen zacht, mooi en tweestemmig en lieten zich niet afleiden. Af en toe werd een bladzijde omgeslagen. Inmiddels was ik overgestoken en stond ik naast het bushokje om het lieve tweetal voorzichtig te observeren. De teksten in het schrift waren in een voor mij vreemde taal geschreven, met balpen en in een keurig meisjeshandschrift.

Nadat ze even pauzeerden vroeg ik of ze misschien liederen uit de Koran zongen. ‘Oh nee mevrouw, wij zijn Christenen’, sprak de oudste zacht en sloeg zorgvuldig haar schrift dicht om mij de voorkant te tonen. Een gekruisigde en bebloede Christus aan het kruis liet zich zien, samen met de heilige maagd Maria in tranen en een aantal beulen die net de laatste spijker hadden geslagen. Een zeer kleurrijk en ook voor mij bekend tafereel. Het meisje streelde met haar hand de afbeelding en boog licht voorover. ‘We zijn Christenen uit Eritrea en wonen nu Drenthe, al iets meer dan een jaar en we leren Nederlands spreken. Vandaag gaan we bidden en zingen in Groningen.’ De andere engel knikte slechts en leek erg verlegen.

Ik vertelde dat ik ook Christen was (dat blijf je uiteindelijk je hele leven, of je het wilt of niet). Ze reageerden verbaasd en er verscheen bij beiden een brede goedkeurende glimlach. Daarna stegen ze heel langzaam in alle devotie op in noordelijke richting, tevreden en al zingend met het tekstboek onder de arm.

 

© Els M.M. van Dinteren

Weemoed

Het is onze ervaring dat wij

weemoedig worden door dingen die

voorbijgaan –als die niet meer

terugkomen. Oude foto’s

kunnen ons ziekmaken van verlangen

naar wat voorgoed verleden tijd

is geworden. Wat is gebleven

zijn wijzelf. Misschien moet je

de weemoed voorstellen als draden

die ons aan de dingen binden.

Draden die steeds langer en

dunner worden en die bij een bepaalde

gestemdheid beginnen te zingen……

en snijden gaan.

 

Soms zijn wij het

die voorbijgaan, worden we overmand

door weemoed om de dingen die

stil zijn blijven staan.

 

Uit: ’t Komt allemaal goed

© Gerrit Krol, gedichten

Brief aan meneer P.

Assen, enige tijd geleden

Beste meneer P.

Natuurlijk kennen we elkaar al heel lang. Het is wel vreemd dat ik altijd naar u kom -of mag ik nu eindelijk jij zeggen? –  en dat er nooit een tegenbezoek is geweest. Misschien hoort dat ook niet. De vraag of het wel of niet hoort heeft nooit gespeeld in onze langdurige relatie. Vandaag, bij mijn bezoek telden we even de jaren: het zijn er wel dertig. Het gaat niet om vriendschap of een band tussen goede bekenden, maar om een relatie tussen tandarts en patiënt. Jij staat terwijl je je werk doet en ik lig er plomp verloren bij, niet van harte moet ik je helaas bekennen, beste meneer P. Er was een tijd dat ik iets minder gevoelig was, wat betreft de pijn; de laatste jaren zijn gevoeliger geworden. Dat neemt niet weg dat er ook altijd een aardige opmerking gemaakt werd en je me af en toe gerust kon stellen. Terughoudend dat wel, maar meestal heel vriendelijk of zelfs grappig.

Het was een aangename en vertrouwde relatie, zonder dat er ooit een therapeut aan te pas hoefde te komen. Wel bleef ik al die jaren bang voor je. Maar daar hebt je vast niet onder geleden.

Begin jaren negentig, ik was bij je ‘op bezoek’ en ging -zoals gebruikelijk- in de horizontale positie. Het was de jaarlijkse controle en er werd rustig gesproken, vooral door jou. Ik lag met mijn mond open toen je plotseling vroeg: “En…waar gaan we heen met vakantie?” Lieve meneer P. je kunt je misschien voorstellen, ik was nog redelijk jong (jij ook) en in de bloei van alles wat er te bloeien viel. Wie stelt je nou zo’n vraag? Jij! Natuurlijk had ik mijn antwoord klaar, ware het niet dat je mijn mond openhield en vervolgens de praktijk van boren, vullen en plamuren in werking zette. Ik dacht nog: “Dat mag jij zeggen, ik volg je wel”, maar zover is het nooit gekomen. Bij het volgende bezoek wisselden we onze vakantie-ervaringen kort uit. We hadden het beiden erg plezierig gehad.

Vandaag namen we afscheid. Je keek nog een keer zorgvuldig en vroeg iets over mijn ‘pijnbeleving’. Ik reageerde: ‘Mooi woord pijnbeleving’. Die beleving viel mee. Je zei dat het met de stand van zaken nog wel een tijdje goed zal gaan. Een geruststellende gedachte.

Nu ga ik op zoek naar een nieuwe meneer P.  Dat wordt een hele klus! Je kunt niet overal zo vertrouwd horizontaal gaan…

 

© Els M.M. van Dinteren

MANTELZORG

We zijn in de stad van werkers met opgestroopte mouwen. Het is een mooie vrijdagmiddag rond half twee. Plaats: het intieme bibliotheektheater, even voor aanvang van de conferentie Vrouw en Werk. Buiten is het voorjaarsweer, de meeste gasten komen binnen zonder jas, een enkeling draagt er een over de arm. Ook deze man in zijn keurig verzorgde grijze krijtstreepje. Hij stapt resoluut op een groepje mannen af; ze blijken elkaar te kennen. De conversatie stopt even, ze begroeten elkaar hartelijk en de krijtstreep geeft al pratend -zonder op of om te kijken- zijn jas af aan een gekleurde vrouw van middelbare leeftijd. Zij staat iets verderop naast de garderobe. De vrouw neemt de jas aan en hangt hem keurig op een knaapje achter de balie, waar nog niet veel jassen hangen.

Binnen is het aangenaam: de zaal is druk bevolkt met veel vrouwen en enkele mannen. Het is tijd: ik heet iedereen welkom en kondig het begin van de conferentie aan, geef een korte inhoud van het programma en wijs de aanwezigen en passant op de schilderijen en tekeningen aan de wand, door vrouwen gemaakt. ‘Ze zijn mooi en te koop; het geld wordt besteed aan een op te richten kinderkunstproject, dus sla uw slag! Het is originele mooie, niet dure internationale kunst!’

De wethouder Sociale Zaken, ons project zeer goed gezind, houdt een korte inleiding en spreekt zijn zorg uit over oplopende aantallen en krimpende financiën, maar is ook optimistisch: er zijn veel aanmeldingen voor diverse cursussen. Daarnaast hebben instellingen en bedrijven werk- en stageplaatsen aangeboden. Hij hoopt dat het aantal vrouwen met een uitkering de komende jaren zal afnemen. Ik dank hem voor zijn positieve bijdrage en voor de goede samenwerking.

Het is nu tijd voor de hoogleraar vrouwenstudies. Zij loopt rustig naar voren en neemt plaats achter het spreekgestoelte en kijkt aandachtig de zaal rond. Haar verhaal is glashelder en doorspekt met voorbeelden over sterke vrouwen in deze actieve stad met meer dan honderd verschillende culturen. Ze bepleit met verve de thema’s leren, werken en kinderopvang. Mantelzorg ziet ze als een groot goed. Dan pakt ze plotseling haar tas die naast haar staat, neemt er iets uit en richt haar blik weer op de zaal en vervolgt haar interessante verhaal.

Na afloop van haar inleiding steekt ze haar hand op en geeft een terloopse toevoeging: ‘Wil de heer in het grijze gestreepte pak straks het nummertje van zijn jas bij mij ophalen? Het is nummer elf. Helaas kan ik u de jas niet aanreiken, meneer. Ik moet naar mijn volgende afspraak. Er wacht een groep jonge studenten op me. Dat vindt u toch niet erg, hè? Volgende keer beter.

Ik dank u allen voor uw aandacht.’

—————————————————————–

Leestip: Rebecca Solnit, Men Explain Things to Me (2014) en het artikel in de Groene van 3 maart 2016 van Joost de Vries ‘Sommige mannen kùnnen niet eens fluiten’ en Marja Pruis ‘Grote goedheid uw naam is vrouw’.

 

© els van dinteren

Uitgesteld genoegen

Stairs – Rein Jansma

Het was in de eerste helft van de 80er jaren: een demonstratie tegen kernraketten in Den Haag. Samen met mijn toenmalige geliefde liep ik mee, van harte en zonder spijt. We waren met duizenden en zagen de urgentie van protest tegen de Staat. Wat er in ons land al aan oorlogstuig stond moest onmiddellijk vernietigd worden. Er is maar deels naar ons geluisterd.

De karavaan met duizenden betogers trok over de Denneweg, langs onze lievelingsboekhandel Ulysses. We liepen aan de zijkant en konden de groep zonder problemen verlaten. Binnen in de boekhandel wachtte zonder protest de verleiding en gretigheid. Ik kocht een boek: een bijzonder exemplaar zonder woorden. Mijn toenmalige kocht wat Russen en bij de buren nog een zilveren boekenlegger; weliswaar voor zijn eigen boeken.

Maanden later werden we beiden uitgenodigd bij een verzamelaar van -wat later bleek 3D- boeken. Hij was hoofdredacteur bij een provinciale krant en had een zeer gevulde boekenkast. Mijn toenmalige vertelde over mijn aankoop op de Denneweg: het boek Stairs van Rein Jansma. Een boek met 10 uitgesneden uitklapbare trappen, in diverse modellen. Van enkelvoudige trappen tot ingewikkelde trappenhuizen, met of zonder tussenplateaus. Een waar kunstwerk.
Hoe het gelopen is weet ik niet meer, maar het boek is uit mijn boekenkast verhuisd naar de zijne. Daarna heb ik het boek en de verzamelaar nooit meer teruggezien. Wel bleef het boekbeeld mij helder voor ogen. Het was uitgegeven in een gelimiteerde oplage en heel lang niet meer te verkrijgen.

Deze week vond ik op internet bij toeval Stairs van Rein Jansma, geproduceerd door Joost Elffers voor een aannemelijk bedrag, te koop bij een antiquariaat in het Noorden van het land. Ik heb het boek onmiddellijk besteld; vandaag is het aangekomen. De bode van DHL bracht het boven en beklaagde zich voorzichtig over de trappen die hij moest slechten voor hij mijn bel had bereikt. Ik vertelde dat de trappen vooral ten goede kwamen aan mijn conditie. Van beneden tot boven aan mijn dakterras neem ik dagelijks 46 treden, heen en weer en soms meerdere keren.

Met een zekere nieuwsgierigheid heb ik het pakje ontmanteld. Dit boek leek groter dan mijn eerdere editie, die wat kleiner was en met een eenvoudig kartonnen omslag. Deze is luxer met een in beige linnen gevatte omslag, voorzien van een diepliggende preeg met namen. Een mooie blinddruk. Maar de binnenkant is van dezelfde eenvoudige schoonheid als het eerste exemplaar.

Deze blijft voorlopig op mijn boekentafel en later in de boekenkast. Een fascinerend pronkstukje, eindelijk terug waar het ooit eerder was.

© els van dinteren 16.10.20

error: Inhoud is auteursrechtelijk beschermd!