l Onderaardse schoonheid – Els van Dinteren
Close

Onderaardse schoonheid

Vandaag hoorde ik het weer op Radio 4 en de herinnering kwam onmiddellijk terug.
Omdat ik me had voorgenomen de wc in de trein niet te gebruiken waren mijn gedachten gefixeerd op het artikel in de ochtendkrant. Ik wist exact in welke richting het wc-pijltje stond: rechtsaf en dan de deur door. Eindelijk reed de trein het station van Utrecht binnen en liep ik gehaast in de richting van kantoor voor een drukke vergadering met gasten en collega’s. Op de Oude Gracht merkte ik dat het niet langer ging en daalde ik de trap af naar het openbare toilet. Daar werd ik overdonderd door prachtige muziek. Ik stond een moment stil en luisterde. Een oudere man zat achter een tafeltje, op het schoteltje lag wat kleingeld. Mijn eerste gedachte was: een herentoilet. Wat te doen, luisteren of gaan? De man wees me met een bescheiden handgebaar naar rechts: daar moest ik zijn. Het was rustig, er waren geen andere klanten. Bij het verlaten van de wc waste ik mijn handen, de man reikte me een papieren servetje aan en ik luisterde nog even naar de muziek uit zijn oude cassetterecorder.

De man nam zijn plaats weer in en wees naar de andere kant van het tafeltje. Daar stond een tweede stoel. We luisterden samen naar de opera. Witte tegels, schone wasbakken, een mannen- en een vrouwentoilet, een tafeltje met schoteltje, de cassetterecorder en ik als zijn secondant. Er kwamen nieuwe gasten langs, deden snel wat nodig was, wierpen geld op het schoteltje en vertrokken zonder iets te zeggen. De man vertrok geen spier en liet zich op geen enkele manier door zijn bezoekers afleiden.

Natuurlijk kon ik niet direct opstaan, dat zou onvriendelijk zijn. De muziek werd heftiger en er klonk een gepassioneerd duet tussen een bas en een tenor. De man, hij leek mediterraans, was ooit diepzwart van haar geweest, nu overwegend grijs, met een grote snor en zeer vriendelijke bruine ogen. Hij droeg een spierwit overhemd met daar overheen een enigszins versleten colbert met elleboogstukken. Dat deed niet af aan de adellijke trekken in zijn gezicht of aan de situatie waarin hij zich bevond. Hij luisterde geboeid naar de muziek. Vragend en met opgetrokken wenkbrauwen keek ik hem aan.

‘Pasquale, Don Pasquale’, sprak hij zacht. Wetend hoe lang een opera kan duren dacht ik aan mijn vergadering en maakte voorzichtig aanstalten om te vertrekken. De man hief voorzichtig zijn hand en maande mij nog even te blijven. De rechter kant van zijn snor trok hij iets op, als blijk van vriendelijkheid. Hij fluisterde: ‘La Donna.’ Binnen enkele seconden begon een heldere sopraan haar adembenemende aria. De muziek won het van de tijd; we luisterden samen naar de aria en naar de rest van de eerste acte. Daarna stond ik voorzichtig op.
Hier kon ik toch geen geld op een schoteltje leggen?

Gelijk met mij stond hij op en terwijl ik hem mijn hand toestak om hem te bedanken pakte hij die voorzichtig en gaf er een kus op; een echte handkus, zoals het hoort. Zijn zachte snorharen raakten amper de bovenkant van mijn hand. We keken elkaar heel even aan. Op de trap naar boven draaide ik me om en gaf hem een welgemeende glimlach. Hij knikte verlegen. Oeroude cultuur en elegantie in het openbare toilet, vroeg in de ochtenduren op een gewone doordeweekse dag.

Bij binnenkomst vroeg de voorzitter of er ernstige vertraging op het spoor was. Blozend en met kloppend hart was mijn antwoord: ‘Ik was in de opera, Don Pasquale, en moest wachten tot het eind van de eerste acte. Eerder kon ik de ruimte niet verlaten. Mijn gezelschap liet me niet gaan en het zou wel zeer onbeleefd geweest zijn daar geen rekening mee te houden.’
Zij en de anderen keken me glazig aan en dachten aan Den Dolder.

© Els van Dinteren

Delen

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

error: Inhoud is auteursrechtelijk beschermd!